Támogasson bennünket adója 1%-ával! »

Edwin van Schie: De puntjes op de ë

Most Magyarul. Tweetalig Hongarije Magazine. Nummer 33. Winter 2005-2006. P. 10-11., 32-33.

EDWIN VAN SCHIE

DE PUNTJES OP DE Ë

Deel 1

Inleiding

Wie Hongaars gaat leren, merkt al gauw dat de Nederlandse taalkundige begrippen niet toereikend zijn voor de beschrijving van de Hongaarse grammatica. Ook wie het gymnasium heeft doorlopen en bij de klassieke talen flink heeft mogen stoeien met begrippen als conjunctivus, ablativus absolutus of finale bijzin zal zien dat bij de studie van het Hongaars de lijst met terminologie behoorlijk moet worden uitgebreid. Denk alleen al aan termen als bezitsteken en bepaalde vervoeging, persoonsuitgang en plaatsbepalingsachtervoegsel, en je ziet dat deze min of meer gewone woorden tot een totaal nieuw begrippenapparaat behoren: Hongaars leren doe je vanuit een eigen referentiekader.

Als een van de eerste nieuwe begrippen lanceer ik altijd de termen voor- en achterklinker. Dit lijken op het eerste gezicht hele gewone Nederlandse woorden. Ik zie mijn cursisten dan ook altijd denken: “Wat was dat ook al weer? Eh, klinker, ja, dat weet ik nog wel, medeklinker ook, maar wat was nou ook al weer een achterklinker…? Mijn antwoord is altijd weer geruststellend: “Nee hoor, dit zijn níeuwe termen, deze termen kun je nog niet kennen, die heb je niet nodig voor het Nederlands, Engels, Frans of Duits.” (Tenzij je op de universiteit zit.)

Voor het Hongaars en met name bij het verklaren waarom er bijvoorbeeld de ene keer -ban achter een woord komt en de andere keer -ben is het echter reuze handig om deze begrippen te gebruiken. Even een herhalingslesje:

Het Hongaars is een taal waarin het verschil tussen voor- en achterklinkers een belangrijke rol speelt bij verbuigingen en vervoegingen. Voorklinkers zijn klinkers die vóór in de mond worden uitgesproken, zoals de e, ö en ü. Achterklinkers worden achter in de mond gevormd, voorbeelden zijn a, o en u (= onze oe-klank).

Van vele verbuigingsuitgangen en werkwoordsvervoegingen komen twee varianten voor, een variant met een achterklinker, die wordt gebruikt bij woorden met achterklinkers en als tegenhanger een variant met een voorklinker voor voorklinkerwoorden.” (Hierbij moet je natuurlijk nog wel beseffen dat Hongaarse woorden meestal óf klinkers uit de ene groep, óf klinkers uit de andere groep bevatten.)

Het achtervoegsel -ban, of -ben betekent “in” en kan worden gebruikt bij plaatsnamen: “in Leiden” wordt vertaald als “Leidenben“, “in Den Haag” als “Hágában“. Hongaarse voorbeelden zijn o.a. Egerben tegenover Komáromban.

Het blijkt nu dat niet alleen onze voorzetsels in het Hongaars als achtervoegsels verschijnen, maar ook onze bezittelijke voornaamwoorden (a városommijn stad, a kertemmijn tuin). Ook alle werkwoordsvervoegingen en allerlei andere achtervoegsels kennen telkens meerdere varianten met wisselende klinkers die zich aanpassen aan de klank van het voorafgaande basiswoord.

 Al gauw vraagt men dan hoe je dat allemaal kunt onthouden. Eén manier kan zijn om uit je hoofd te leren dat de e, ö en ü (en de lange varianten é, ő en ű) voorklinkers zijn en de a, o en u (inclusief á, ó, ú) achterklinkers. Wie graag een ezelsbruggetje heeft associeert a, o, u met autó en e, ö, ü met repülő (het woord voor vliegtuig) en klaar is kész!

Ook laat ik de cursisten altijd zelf het verschil voelen tussen voor- en achterklinker. Doe maar even mee: als je bijvoorbeeld bij het uitspreken van de klank ü vloeiend van de ü naar de u (= oe-klank) en vice versa probeert te gaan en je lippen zoveel mogelijk probeert stil te houden, voel je zelf in je mond hoe het puntje van je tong heen en weer schiet. Doe het maar eens, je tong gaat van voren naar achteren en weer terug. Zo kun je dat voor elk ‘paar’ klinkers doen: van ö naar o en van é naar ó (tip: je moet de klinkers wel zuiver uitspreken!).

Door de introductie van de termen voorklinker en achterklinker is het gemakkelijker om te begrijpen en onder woorden te brengen dat (bijna) elke uitgang en elk achtervoegsel zich wat klinkers betreft, dus qua klank, aanpast aan het basiswoord of de stam. Dit voor het Hongaars kenmerkende verschijnsel wordt vocaalharmonie (of ook wel klinkerharmonie of klankaanpassing) genoemd.

In het begin van de cursus leren de studenten al spoedig de verschillende tussenklinkers bij het meervoud (o.a. asztal – asztalok, szék – székek) en in hoofdstuk 2 is het dan tijd voor de werkwoordsvervoeging.

Bij de vervoeging van het werkwoord beginnen we met onderstaande drie rijtjes werkwoorden. Het eerste rijtje is voor achterklinkerwoorden, het tweede rijtje is voor voorklinkerwoorden. Tot zover klopt het helemaal: links bevatten de uitgangen achterklinkers, in het midden voorklinkers. Maar om de zaak te compliceren blijkt er evenwel nog een derde rijtje te zijn. Wat is er aan de hand?

Het derde rijtje kan worden beschouwd als een subcategorie van de voorklinkergroep. Het kenmerk van de werkwoorden uit deze categorie is dat ze ronde voorklinkers bevatten, dat wil zeggen voorklinkers die met ronde lippen worden uitgesproken, nl. de ö en de ü). De uitgangen in deze voorklinkersubcategorie bevatten natuurlijk voorklinkers, maar in sommige gevallen andere dan die in het middelste rijtje. Maar ook hier geldt het principe van klankaanpassing: de lipronding wordt meestal meegenomen naar de uitgang. Kijk maar eens goed naar het schema:

achterklinkerwoorden voorklinkerwoorden subcategorie voor voorklinkerwoorden, die met ronde lippen worden uitgesproken
leren spreken zitten
1 ik tanulok beszélek ülök
2 jij tanulsz beszélsz ülsz
3 hij/zij tanul beszél ül
1-1 wij tanulunk beszélünk ülünk
2-2 jullie tanultok beszéltek ültök
3-3 zij tanulnak beszélnek ülnek

Er is één uitgang die opvalt. Ik heb deze vet gedrukt. Wie Hongaars leert, vraagt zich vroeger of later altijd af waarom deze vorm ülnek (de derde persoon meervoud van de subcategoriegroep) niet ook *ülnök wordt, terwijl de uitgangen -ek en -tek zich wel aanpassen aan de ronde ö/ü-klank en -ök resp. -tök worden. Een antwoord op deze vraag wordt in cursusboeken zelden gegeven, studenten en cursisten moeten maar genoegen nemen met deze afwijking en accepteren dat het nu eenmaal zo is in het Hongaars. Domweg uit je hoofd leren deze vorm dan maar? Of is er meer aan de hand?

Als je antwoord wilt hebben op de vraag waarom deze vorm afwijkend is dan kun je in hetzelfde schema ook de aanwijzing vinden voor de oplossing van dit probleem. Kijk er eens goed naar en denk er eens over na. Lees daarna pas verder in deel 2…

Deel 2

Als je zorgvuldig alle uitgangen van het werkwoordsschema in deel 1 met elkaar hebt vergeleken, dan is het je wellicht opgevallen dat de aanwijzing moet worden gezocht in het linkerrijtje. Het is namelijk zo dat ook bij de achterklinkerwoorden de uitgang van de derde persoon meervoud (tanulnak) afwijkt van de andere vormen: het is de enige met een a! Daar waar je in het linkerrijtje een o in de uitgang ziet, daar vind je in de rechterkolom/subcategorie een ö, daar waar in het linkerrijtje de uitgang een a bevat, daar blijft in de rechterkolom de voorklinker e gehandhaafd. De o heeft dus twee tegenhangers, nl. de e én de ö, terwijl de a alleen tegenover de e staat.

Als je me nog kunt volgen en als je iets meer weet van het Hongaars, dan kun je ook de volgende opmerking begrijpen: het is namelijk zo dat bij alle tussenvoegsels, achtervoegsels en uitgangen die een a bevatten de voorklinkertegenhanger uitsluitend de e is, maar dat er tegenover een o altijd een e of ö staan. Even een voorbeeld: tegenover -ban staat alleen -ben, maar tegenover -on staan -en én -ön. Tegenover -ra staat alleen -re, maar tegenover -hoz staan -hez en -höz! Ook bij andere werkwoordsuitgangen dan die genoemd zijn in het schema geldt dit principe: je hebt mondasz tegenover értesz en küldesz, maar olvasol staat tegenover nézel en főzöl. Je hebt -lak en -lek, maar -koz, -kez en -köz!! Samengevat: nu je weet dat er tegenover de a alleen een e kan staan, maar tegenover de o zowel e als ö, valt ineens heel veel van wat tot nu toe onlogisch leek in het Hongaarse werkwoordssysteem op zijn plaats. En zo worden we maar weer eens bevestigd in wat ons in het Hongaars zo fascineert: de interne logica en de soms ‘wiskundige’ precisie waarmee de grammatica is opgebouwd.

Dit zou een mooi einde zijn geweest aan een taalpraatje, ware het niet dat ik volgens de titel van dit artikel de puntjes op de ë wilde gaan zetten…

Open en gesloten ‘e’

Toen onlangs een studente van het eerste jaar me in het begin van de cursus bij het oefenen van de uitspraak vroeg of er een verschil bestond tussen de ene e en de andere e en me vervolgens een lijstje met woordjes toonde opgesteld door haar Hongaarse grootmoeder, waarin aangegeven was welk woord met een ‘open’ e-klank moest worden uitgesproken en welke met een ‘gesloten’ e, kwam mijn oude wens om bovenstaand taalpraatje te schrijven weer naar boven.

Vanuit mijn studietijd herinner ik me nog de opmerking in een van de studieboeken dat er in het westen van Hongarije verschil wordt gemaakt tussen de ene e en de andere, en later kreeg ik liederenbundels onder ogen met liedteksten die waren opgeschreven in het dialect van de provincie Zala, waarin sommige letters e voorzien waren van puntjes (en geschreven werden als ë) en natuurlijk realiseerde ik me eens te meer dat ik ook zelf de e van kettő en de e van tessék met een behoorlijk ver geopende mond pleeg uit te spreken, maar ik beloofde aan mijn cursist eens op zoek te gaan naar wat concretere informatie over dit onderwerp.

Zo vroeg ik deze of gene Hongaar of men verschil maakte tussen de ene e of de andere. De ene Hongaar, uit de omgeving van Komárom, in Slowakije, zei van wel, de andere, uit de omgeving van Budapest, wist het eigenlijk niet. Maar toen had ik laatst iemand uit Zalaegerszeg aan de telefoon en, verdraaid, wat een mooie open e-klanken klonken daar in “Már elmentek…” (Ze zijn al weg).

Tja, wat doe je tegenwoordig als je informatie zoekt? Even op internet in een zoekprogramma een paar zoektermen ingeven en afwachten. Ik had nooit gedacht iets te zullen vinden met mijn bizarre zoekopdracht, maar na het invoeren van zárt és nyilt e (gesloten en open e) kwam er een hele lijst met sites die voldeden aan mijn opdracht!

Om een lang verhaal kort te houden, op deze manier kwam ik in contact met de Bárczi Géza Kiejtési Alapítvány, een stichting die zich beijvert voor de instandhouding van het verschil tussen de open en gesloten e-klank. Om zijn doel te bereiken geeft men tal van hulpmiddelen uit, waaronder een uitspraakwoordenboek, cd’s met fraai gedeclameerde verzen met bijbehorende dichtbundels (zie later) en een sprookjesboek (zie blz. 33-34). Voor wie niet uit een regio van Hongarije komt waar het klankverschil tussen de open en gesloten e duidelijk hoorbaar is, geeft de stichting in zijn uitgaven door middel van puntjes op de ë aan dat deze ë als een gesloten e-klank moet worden uitgesproken.

Overigens kun je het klankverschil tussen open e en gesloten ë ongeveer vergelijken met het verschil in uitspraak tussen de Engelse woorden bad en bed.

Betekenisverschil

Het verschil tussen de twee e’s is niet alleen een klankverschil, maar kan ook betekenis onderscheiden. Voor sommige Hongaren is er nog steeds een duidelijk onderscheid tussen de volgende twee woorden: mentek (jullie gaan) en mentek (zij gingen). Het eerste wordt door de Bárczy-stichting geschreven als mëntëk, het tweede als mëntek. Kijk nu eens naar het volgende schemaatje:

achterklinkers voorklinkers achterklinkers voorklinkers

tegenwoordige tijd

verleden tijd

leren spreken leren spreken
1 ik tanulok beszélek tanultam beszéltem
2 jij tanulsz beszélsz tanultál beszéltél
3 hij/zij tanul beszél tanult beszélt
1-1 wij tanulunk beszélünk tanultunk beszéltünk
2-2 jullie tanultok beszéltek tanultatok beszéltetek
3-3 zij tanulnak beszélnek tanultak beszéltek

Bij de voorklinkergroep is de vorm voor de tweede persoon meervoud tegenwoordige tijd gelijk aan die voor de derde persoon meervoud verleden tijd. Maar als we nu de spelling van de Barczy-stichting hanteren dan wordt ‘jullie spreken’ beszéltëk en blijft ‘zij spraken’ beszéltek.

Denk nu eens terug aan de conclusie uit het begin van deel 2 van dit artikel: tegenover de a staat alleen de e, tegenover de o staat de e én de ö. Als we nu deze conclusie in ons achterhoofd houden en bovenstaand schema nog eens goed bekijken, dan zien we dat er tegenover de vorm beszéltëk de vorm tanultok (met een o) staat en tegenover beszéltek staat tanultak (met een a). Als we de klinkers o en a met elkaar vergelijken, dan zien én voelen we dat de klinker o met een meer gesloten mond wordt uitgesproken, en de a met de mond meer geopend. Met andere woorden: tegenover de meer gesloten o staat de gesloten ë en soms ö, tegenover de open a staat alleen de open e!

Als je vanaf nu in een grammaticaboek kijkt, en je realiseert je dat er dus historisch gezien (en ook in sommige regio’s nog gebezigd) twee verschillende e-klanken zijn, dan zie je dat tal van overzichten opeens veel logischer worden. Maar let wel: uitzonderingen bevestigen de regel!

A viszontlátásra!

NB. Er is echter wel een vraag onbeantwoord gebleven. Het is wellicht meer een vraag voor taalkundigen en het zoeken naar het antwoord helpt je niet bij het leren van het Hongaars, maar omwille van de volledigheid en ten behoeve van de exacte denkers onder onze lezers stel ik deze vraag toch maar even en ga er in het aparte kader Fonetiek op in.

In kader:

Fonetiek

Als er tegenover de ronde o zowel een ronde ö als een niet-ronde e staan, waarom staat er dan tegenover de (in het Hongaars eveneens ronde) a alleen maar de niet-ronde, open e en niet een ronde, open ö? Dan zou ülnek wellicht ülnøk kunnen zijn geweest, waarbij ik de letter ø gebruik om een klank aan te duiden die in het Hongaars ontbreekt, een klank die niet eens zo mooi klinkt, een klank die ongeveer klinkt als ons “eh” maar dan met open mond uitgesproken.

Ik heb deze vraag ook gesteld aan verscheidene collega’s. De ene wijst erop dat het wellicht niet ter zake doet om je af te vragen waarom er in een taal een klank ontbreekt, “het is nu eenmaal zo”, zegt men. Anderen wijzen erop – en dat is ook mijn overtuiging – dat er bij een wijder geopende mond minder verschillende klinkers kunnen worden gevormd en/of dat de klinkers in die positie wat dichter bij elkaar liggen en teveel op elkaar gaan lijken. Daarom kan het ook gebeuren dat het woordje tessék in de uitspraak van sommige sprekers van het Hongaars voor ons meer klinkt als *tassék, met een zeer open a!

Het is duidelijk dat we ons hier hebben begeven op het pad van de taalkunde, en dan met name het onderdeel fonetiek, en dit valt eigenlijk buiten het bereik van Most Magyarul!

Voor wie in Hongarije nu gaat luisteren naar hoe de klinkers klinken, moet ik op deze plaats nog wel even een opvallend fenomeen noemen: in delen van Hongarije (met name in het midden en zuiden, in de omgeving van Szeged) spreekt men in sommige gevallen de e uit als een soort ö (te vergelijken met onze stomme e-klank – ook wel ‘schwa’ genoemd): ember wordt daar bijvoorbeeld embör. Dit verschijnsel doet zich ook elders voor in woorden als fel en föl.

Tot slot nog het láatste antwoord van de deskundigen op de vraag waarom de open ø-klank in het Hongaars ontbreekt: “er wordt aan gewerkt: als in 2010 de euro wordt ingevoerd in Hongarije krijgen we vast en zeker ook een ø. :-)

 Klinkers in het Hongaars:

van boven naar beneden worden ze steeds meer open

i, í

ü,ű

u

é

ő

ó

ë

ö

o

e

a

á

 

1 hozzászólás – Edwin van Schie: De puntjes op de ë

  1. Edwin van Schie mondja:

    Nem tudtam hogy a cikkemet ide is felrakták…

    Mikor beszéltük ezt meg?

Hozzászólás ehhez a cikkhez: Edwin van Schie: De puntjes op de ë

(A mezők kitöltése kötelező. A villámlevélcím cím nem fog látszani a hozzászólás elküldése után.)